Kosten persoonlijke verzorging

Maandelijks naar de kapper, een nieuwe outfit, manicure of bezoek aan de schoonheidsspecialist: voor veel ondernemers maakt een representatief uiterlijk deel uit van de manier waarop hij of zij zichzelf en zijn/haar goederen verkoopt. Maar betekent dat dat je de kosten die je maakt voor persoonlijke verzorging af mag trekken van je winst?

Is persoonlijke verzorging aftrekbaar?

Kosten voor je persoonlijke verzorging zijn in principe niet aftrekbaar. Het is niet van belang of je de kosten op zakelijke gronden maakt, als je bijvoorbeeld een pak nodig hebt om naar je werk te dragen of omdat aan een verzorgd uiterlijk in jouw branche veel waarde wordt gehecht.

Op de website van de Belastingdienst komt het in het kort op het volgende neer:

Kleding (geen werkkleding)

0%

 

Persoonlijke verzorging

0%

    Werkkleding is wél aftrekbaar. Wat werkkleding is, wordt als volgt gedefinieerd:

    "Werkkleding is kleding die u (bijna) uitsluitend kunt dragen in het kader van uw onderneming. Dit moet blijken uit de uiterlijke kenmerken van de kleding, bijvoorbeeld: een uniform of overall. Is de kleding ook geschikt om buiten uw onderneming te dragen? Dan moet de kleding zijn voorzien van een beeldmerk met een oppervlakte van minimaal 70 cm2. Het beeldmerk moet verwijzen naar uw onderneming."

    Een net pak of een schoenen om naar klanten te dragen, zijn dus niet aftrekbaar. Kleding met jouw bedrijfslogo (>70 cm2), maar ook bijvoorbeeld een aktetas is wél 100% aftrekbaar.

    Uitzonderingen

    Hoewel uiterlijke verzorging dus vrijwel nooit aftrekbaar is, zijn er een aantal gevallen waarbij kleding, kapper of make-up wél aftrekbaar zijn. Het criterium voor aftrekbaarheid is deze kosten gemaakt worden voor het  bereiken van een uiterlijk waarmee je je buiten de werksfeer niet zou kunnen vertonen. Schmink voor een theatervoorstelling of een excentriek kapsel tijdens de opnames van een commercial zijn voorbeelden van aftrekbare kosten voor uiterlijke verzorging.

    Grijze gebieden

    Regelmatig maken ondernemers kosten die indirect bijdragen aan de bedrijfsvoering, maar overlappen met persoonlijke doeleinden. Deze grijze gebieden zorgen vaak voor verwarring: want wanneer zijn deze nu wel of niet aftrekbaar. De uitspraak in een rechtzaak aan het gerechtshof in Amsterdam in 2020 geeft weer dat er streng wordt geoordeeld. De eis van een actrice om kosten voor van kapper en cosmetica op haar belastbaar inkomen in mindering te brengen (want volgens haar nodig voor het uitoefenen van haar beroep) en ook haar tickets voor theathervoorstellingen wilde opvoeren (want: research en mogelijkheid tot het opdoen van zakelijke contacten) werd afgewezen. Het bereikte uiterlijk door kapper en cosmetica was niet alleen binnen werksfeer toonbaar. Het bijwonen van kortstondige evenementen met een recreatief karakter werden door de rechter beoordeeld als consumptieve bestedingen. (de volledige uitspraak lees je hier)

    Drempelbedrag

    Als je aantoonbaar wilt maken dat je kosten voor uiterlijke verzorging enkel en alleen beroepsmatig maakt, dan kun je dit 
    -als je optreedt als artiest of als presentator of als je een professionele sportbeoefenaar bent- verantwoorden door te laten zien dat deze kosten boven een drempel komen voor persoonlijke doeleinden. Kosten voor persoonlijke verzorging boven dit bedrag in verband met het uitoefenen van jouw beroep zijn boven deze drempel wél aftrekbaar.
    In de Inkomstenbelasting is namelijk bepaald dat voor artiesten, presentatoren en professionele sportbeoefenaars hun vóórkomen of lijf zo belangrijk is dat verzorgingskosten aftrekbaar zijn.

    Een artiest is iemand die een prestatie verricht die door het publiek wordt bezien of beluisterd. Maar ook voor artiesten geldt dat de kleding die apart van de uitoefening van het beroep ook gedragen zou kunnen worden niet aftrekbaar is. Het moet dus gaan om speciale kleding, zoals specifieke kleding voor op de bühne of bijzondere outfits die je alleen tijdens een auditie of premiere aantrekt.

    Daarnaast geldt de regeling alleen voor extra uitgaven, dat betekent dat een duidelijke relatie bestaat tussen deze extra uitgaven en de beroepsuitoefening. Kosten voor de kapper, schoonheidsspecialiste, manicure, tandarts en make-up zijn ook aftrekbaar voor artiesten. Ook hier gaat het weer om de extra uitgaven. Dat houdt in dat de uitgaven hoger zijn dan een minimum grens. Onder deze grens worden de uitgaven voor persoonlijke verzorging en kleding als gebruikelijk beschouwd.